Komen eten - bij de Kelten
Ook de Kelten hadden de gewoonte om gasten uit te nodigen aan hun ‘tafel’. Gezeten op een ondergrond van hooi serveerden de Kelten hun gasten spijs en drank op lage houten tafeltjes.
Het eten bestond vooral uit brood en geroosterd of op spitten gestoken vlees. De Kelten namen een stuk vlees vast met beide handen en knaagden eraan. Toch bleef alles netjes. Als het vlees een beetje taai was, namen ze een kortzwaard om hiermee het vlees in kleinere stukken te snijden.
De stammen die in de buurt van rivieren of aan de zee woonden, aten ook vis. Deze werd meestal geroosterd met zout, azijn en komijnzaad. Komijnzaad wed ook in de wijn aangewend. Olie was niet zo geliefd, omdat het een schaars product was en de smaak beviel ze niet.
Wanneer ze met velen waren, zaten ze in een cirkel. De sterkste onder hen zat in het midden omdat hij superieur was. De gastheer nam naast hem plaats en aan elke kant zat de rest in volgorde van belangrijkheid en verdienste. Achter hen stonden de schildknapen met hun grote langwerpige schilden, maar de speerdragers kregen ook een plaatsje aan tafel. Bekerdragers dragen de wijn rond in kruiken of in tonnen van aardewerk of zilver.
De wijn kwam van Massalia (Marseille) en werd soms aangelengd met een beetje water. De vleesschotels waren eveneens van aardewerk of zilver. Sommige hadden koperen of houten schotels of gevlochten manden.
En natuurlijk ontbraken de barden niet.